Veelgestelde vragen over alimentatie
Antwoorden op vragen die wij vaak krijgen over alimentatieberekeningen, en uitleg van de belangrijkste begrippen.
Staat uw vraag er niet bij? Bel ons op 076-7992143 of stuur een bericht.
Veelgestelde vragen
Hoe worden de kosten van een kind berekend?
De kosten van een kind worden afgeleid van het netto besteedbaar gezinsinkomen kort vóór het uiteengaan. Daarvoor wordt per ouder het bruto jaarinkomen verminderd met de te betalen belasting. Het netto jaarinkomen gedeeld door twaalf is het netto besteedbaar inkomen per maand. De netto besteedbare inkomens van beide ouders opgeteld vormen het netto besteedbaar gezinsinkomen.
De kosten van de kinderen worden vervolgens bepaald aan de hand van de hoogte van dat gezinsinkomen, de gezinssamenstelling en de leeftijd van de kinderen. De Alimentatienormen hanteren daarvoor de tabel eigen aandeel kosten van kinderen: de behoeftetabel, die jaarlijks op rechtspraak.nl wordt gepubliceerd.
Wat moet er van de kinderalimentatie betaald worden?
In beginsel worden alle kosten van de kinderen betaald uit de kinderalimentatie van de alimentatieplichtige en het eigen aandeel van de alimentatiegerechtigde. Alleen incidentele, niet-structurele of ongewone kosten vallen daarbuiten. De ‘normale’ kosten van een kind komen dus voor rekening van beide ouders samen.
Soms hebben de ouders samen onvoldoende draagkracht om alle kosten van de kinderen te dragen. Dan kunnen niet alle kosten worden voldaan. Uitgangspunt blijft dat de ouders naar rato van hun draagkracht bijdragen in de kosten van de kinderen.
Wat moet ik doen met een bonus of extra overwerk?
Een alimentatieberekening sluit aan bij het inkomen dat de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde in de nabije toekomst kunnen blijven verdienen. Of en in hoeverre nevenverdiensten, zoals overwerk, een bonus of een nevenfunctie, meetellen voor de draagkracht is niet altijd eenduidig. Dat wordt per geval beoordeeld.
Bij de vraag of de onderhoudsplichtige vrijwillig mag stoppen met nevenverdiensten of overwerk, kan meewegen of die inkomsten inherent zijn aan de hoofdfunctie en of ze tijdens het huwelijk al structureel werden verworven. Bij sterk schommelende inkomsten wordt zoveel mogelijk een gemiddelde bepaald.
Een bonus, een dertiende maand, fooien, belaste gratificaties en tantièmes worden zoveel mogelijk in de draagkrachtberekening meegenomen. Ander bruto arbeidsinkomen, zoals een veertiende periode of een eindejaarsuitkering, wordt bij het bruto arbeidsinkomen opgeteld, tenzij die posten een incidenteel karakter hebben.
Hoe gaat het als ik of mijn ex-partner ondernemer is?
Een ondernemer die een onderneming op eigen naam of samen met anderen drijft, ontvangt geen salaris maar winst. Voor het levensonderhoud onttrekt hij of zij bedragen aan het vermogen van de onderneming. Die onttrekkingen, verminderd met de betaalde belasting en premies, zijn in dat jaar netto beschikbaar geweest (andere inkomstenbronnen buiten beschouwing gelaten).
De belasting die de ondernemer privé betaalt, wordt vastgesteld op basis van de belastbare winst uit onderneming. Het gaat daarbij alleen om de winst van de individuele ondernemer, niet om die van een eventueel samenwerkingsverband. Die winst staat pas na afloop van het jaar vast, maar meestal betaalt de ondernemer op basis van een voorlopige aanslag al een geschat bedrag aan belasting.
Jaarlijks wordt voor de onderneming een jaarrekening opgesteld met een balans, een winst- en verliesrekening en een toelichting. Vaak maakt de ondernemer ook een kasstroomoverzicht waarin de onttrekkingen staan. Er is verschil tussen een bedrijfseconomische en een fiscale jaarrekening; een kleine ondernemer kan volstaan met een fiscale jaarrekening.
In de berekening wordt als te verwachten beschikbare winst het bedrag opgenomen dat de ondernemer vanaf het moment van de onderhoudsverplichting redelijkerwijs aan de onderneming kan onttrekken. Dat kan het geschatte resultaat voor het lopende jaar zijn, op basis van de resultaten van de afgelopen jaren, maar ook een schatting van de onttrekkingen als niet alle of juist meer middelen aan de onderneming kunnen of zullen worden onttrokken. De continuïteit van de onderneming mag daarbij niet in gevaar komen.
Het is aan de ondernemer om inzicht te geven in de bedrijfsvoering en de actuele financiële positie. Wenselijk zijn in ieder geval de laatste drie definitieve jaarstukken (balans, winst- en verliesrekening en toelichting, inclusief kasstroomoverzichten, belastingaangiften en -aanslagen) én stukken die de verwachtingen voor de toekomst onderbouwen, zoals conceptjaarstukken, prognoses (bijvoorbeeld een liquiditeitsprognose) en voorlopige aanslagen.
Wat kost een draagkrachtberekening?
Een alimentatieberekening voor kinder- en partneralimentatie, inclusief een draagkrachtvergelijking en een jusvergelijking, kost € 200 inclusief btw. Vragen over de berekening beantwoorden wij zo volledig mogelijk.
Hebt u binnen twee maanden een wijziging, dan verwerken wij die kosteloos in de berekening. Ook meerdere varianten kunnen wij voor u doorrekenen.
Welke software gebruiken jullie?
Wij rekenen met INA van Sdu en/of met Split-Online.
Wat als mijn ex-partner niet wil praten over de alimentatie?
Neem dan contact met ons op. Een onafhankelijke berekening volgens de Alimentatienormen geeft een objectief uitgangspunt voor het gesprek, of voor uw mediator of advocaat.
Hoe lang duurt het voor ik de berekening ontvang?
Normaal ontvangt u de berekening binnen vijf werkdagen nadat wij de benodigde gegevens en uw betaling hebben ontvangen. Hebt u haast, laat het ons dan weten. In overleg leveren wij de berekening dan zo snel mogelijk aan.
Is de berekening van jullie rechtsgeldig?
Een berekening is nooit rechtsgeldig en u kunt er geen rechten aan ontlenen. Wel kunt u op basis van de uitkomst een overeenkomst opstellen die rechtsgeldig is en waarvan nakoming kan worden verlangd.
Als u dat wenst, kunt u die overeenkomst door de rechter laten bekrachtigen. De overeenkomst krijgt dan een executoriale titel. Dat kunt u niet zelf regelen, en een notariële akte wordt door het LBIO vaak niet geaccepteerd. Uw mediator of advocaat kan, al dan niet met een toevoeging, regelen dat de rechter uw overeenkomst bekrachtigt.
Waar vind ik de regels voor alimentatie?
De regels voor het maken van een alimentatieberekening staan in het rapport Alimentatienormen. Dat rapport wordt ieder jaar geactualiseerd en beschrijft hoe rechters een alimentatieberekening uitvoeren.
Alle rechtbanken hanteren het rapport, maar de rechter heeft de bevoegdheid om in gevallen waarin dat noodzakelijk is van de Alimentatienormen af te wijken.
Als ik co-ouderschap heb, moet ik dan nog kinderalimentatie betalen?
Co-ouderschap is geen wettelijke term. In de praktijk wordt het gebruikt voor verschillende varianten van gedeelde zorg. Ook bij co-ouderschap is het uitgangspunt dat de ouders naar rato van hun draagkracht bijdragen in de kosten van het kind. De zorg wordt op dezelfde manier in de berekening verwerkt als bij andere regelingen; er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een ruime zorgregeling en co-ouderschap.
Maken de ouders andere afspraken over de kostenverdeling, dan kunnen zij in onderling overleg een ander of geen kortingspercentage toepassen.
De co-ouder bij wie het kind niet staat ingeschreven, kan mogelijk aanspraak maken op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Daarmee moet bij de berekening van de draagkracht rekening worden gehouden.
Begrippen uit een alimentatieberekening
Termen die u in onze berekeningen en in de Alimentatienormen tegenkomt, kort uitgelegd.
- Draagkracht
-
In een alimentatieberekening wordt eerst de behoefte van de alimentatiegerechtigde bepaald. Daarna volgt een draagkrachtberekening. Eerst wordt het netto besteedbaar inkomen van de alimentatieplichtige en van de alimentatiegerechtigde berekend. Daarop wordt het draagkrachtloos inkomen in mindering gebracht. Wat resteert is de draagkrachtruimte, waarvan een bepaald percentage beschikbaar is voor kinder- en/of partneralimentatie.
De draagkracht is het maximale bedrag dat een alimentatieplichtige kan bijdragen aan kinder- of partneralimentatie. Is de draagkracht hoger dan de behoefte, dan wordt de alimentatie beperkt tot de behoefte. In een draagkrachtberekening wordt zo voor ieder de draagkracht bepaald:
- Netto besteedbaar inkomen per maand
- Bijstandsnorm
- Woonlasten
- Draagkrachtloos inkomen
- Draagkrachtruimte
- Draagkracht
- Netto besteedbaar inkomen (NBI)
-
Het netto besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto inkomen, verminderd met de daarover verschuldigde of ingehouden premies (inclusief de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet) en belasting. Voor het berekenen van het aandeel van een ouder in de kosten van de kinderen wordt het vermeerderd met het kindgebonden budget waarop die ouder aanspraak maakt.
Meestal heeft de onderhoudsplichtige inkomen uit een dienstbetrekking (ambtelijk inkomen daaronder begrepen) of een uitkering, waarvan een loonspecificatie per maand of per week kan worden overgelegd. Ligt dat bruto inkomen onder de grens die de Alimentatienormen daarvoor stellen (in 2026: € 2.175 bruto per maand, inclusief vakantietoeslag), dan wordt in beginsel uitgegaan van het netto inkomen volgens die specificatie. Dit heet de netto methode (in het rapport: het netto model): de hele berekening wordt uitgevoerd met netto bedragen per maand, waarbij weekbedragen worden omgerekend.
Bij een hoger inkomen, bij inkomsten buiten dienstbetrekking, of als fiscale voordelen (bijvoorbeeld bij een eigen woning of partneralimentatie), bijtellingen, bezittingen die in box 3 worden belast of specifieke heffingskortingen een rol spelen, wordt het netto besteedbaar inkomen preciezer benaderd met de bruto methode. Die methode brengt de fiscale positie van de betrokkene in kaart met een model dat vergelijkbaar is met een aangifte inkomstenbelasting.
- Bijstandsnorm
-
De bijstandsnorm is het bedrag dat in een alimentatieberekening wordt meegenomen als minimale levensstandaard. Uitgangspunt is dat de onderhoudsplichtige voor zichzelf ten minste het bestaansminimum behoudt, naast een redelijk deel van de draagkrachtruimte.
Het bestaansminimum wordt bepaald door de bijstandsnorm: het bedrag dat de onderhoudsplichtige bij afwezigheid van eigen middelen van bestaan als bijstandsuitkering zou ontvangen. Dit bedrag hangt af van de (nieuwe) gezinssituatie.
- Zorgkorting
-
Zorgkorting is het bedrag dat de alimentatieplichtige in mindering mag brengen op zijn of haar bijdrage in de kosten van de kinderen die niet bij hem of haar het hoofdverblijf hebben.
De kosten van de zorgregeling worden bepaald aan de hand van de behoefte en het gemiddelde aantal dagen per week, vakanties meegerekend, dat het kind doorbrengt bij of voor rekening komt van de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijf heeft.
De gedachte hierachter is dat de ouder bij wie het kind woont, door de feitelijke zorgverdeling voor een deel niet in de behoefte van het kind hoeft te voorzien: de andere ouder doet dat in natura in de periode dat het kind bij hem of haar verblijft. De kosten van de verzorgende ouder dalen daardoor. Uitgangspunt blijft dat de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft de vaste lasten betaalt, zoals schoolgeld en contributie voor sport. Net als die ouder heeft de andere ouder kosten in de periode dat het kind bij hem of haar is.
Als vuistregel worden de zorgkosten uitgedrukt in een percentage van de behoefte:
- 5% bij zorg gedurende minder dan 1 dag per week
- 15% bij zorg op gemiddeld 1 dag per week
- 25% bij zorg op gemiddeld 2 dagen per week
- 35% bij zorg op gemiddeld 3 dagen per week
De zorgkorting bedraagt ten minste 5% van de behoefte (het tabelbedrag), omdat ouders onderling en tegenover het kind het recht en de plicht tot omgang hebben en in ieder geval tot dat bedrag in de zorg kan worden voorzien.
- Inkomensvergelijking (jusvergelijking)
-
Dit begrip geldt alleen voor partneralimentatie. Heeft de onderhoudsgerechtigde eigen inkomen, of zijn de behoefte en de draagkracht relatief hoog, dan kan het redelijk zijn om de financiële situatie van beide partijen nader te vergelijken. De Expertgroep Alimentatienormen vindt het redelijk dat de onderhoudsgerechtigde, inclusief de partneralimentatie, niet meer te besteden heeft dan de onderhoudsplichtige. De onderhoudsgerechtigde hoeft dus niet in een betere financiële positie te worden gebracht dan de onderhoudsplichtige.
Daarvoor berekenen wij bij welk bedrag aan partneralimentatie het besteedbaar inkomen van beide partijen gelijk is. Bijzondere, niet-verwijtbare en niet-vermijdbare lasten aan de kant van de onderhoudsplichtige en/of de onderhoudsgerechtigde worden in de vergelijking meegenomen. Dat geldt ook voor kosten van kinderen, voor zover die hoger zijn dan het kindgebonden budget dat de betreffende partij ontvangt.
Houdt de onderhoudsgerechtigde dan meer over dan de onderhoudsplichtige, dan wordt de alimentatie gecorrigeerd en in beginsel verlaagd tot het bedrag waarbij beide partijen een gelijk besteedbaar inkomen hebben. Met een alimentatierekenprogramma is dit bedrag te berekenen.
Een alimentatieberekening aanvragen?
Download de vragenlijst, verzamel de gegevens en stuur ze naar ons. U ontvangt de berekening met toelichting per e-mail, en u kunt ons kosteloos bellen om die door te nemen.
Liever bellen? 076-7992143