Hoe worden de kosten van een kind berekend?
De kosten van een kind worden op de volgende manier berekend. Allereerst wordt er bekeken wat het netto besteedbaar gezinsinkomen is kort voor het verbreken van de samenleving. Dit netto besteedbaar gezinsinkomen wordt berekend door het bruto jaarinkomen te nemen en verminderd met de te betalen belasting blijft er dan een netto besteedbaar jaarinkomen over. Dit wordt vervolgens door 12 maanden gedeeld en wordt dan het netto besteedbaar inkomen genoemd. Het netto besteedbaar inkomen wordt vervolgens bij elkaar opgeteld en vormt het netto besteedbaar gezinsinkomen. De kosten van de kinderen worden bepaald aan de hand van de hoogte van het netto besteedbaar gezinsinkomen, de gezinssamenstelling en de leeftijd van de kinderen. Hiervoor hanteren de alimentatienormen de tabel voor de kosten van de kinderen.
Wat wordt er verstaan onder draagkracht?

In een alimentatieberekening wordt eerst de behoeft van de alimentatiegerechtigde bepaald. Vervolgens wordt er een draagkrachtberekening gemaakt. Eerst wordt berekend wat het netto besteedbaar inkomen van de alimentatieplichtige en alimentatiegerechtigde is. Vervolgens wordt het draagkrachtloos inkomen hierop in mindering gebracht. Dan resteert er de draagkrachtruimte waarvan een bepaald percentage beschikbaar is voor kinderalimentatie en/of partneralimentatie. Die draagkracht is het maximale bedrag dat een alimentatieplichtige kan bijdragen aan kinderalimentatie of partneralimentatie. Wanneer het bedrag aan draagkracht de behoefte overschrijdt zal de alimentatie worden beperkt tot de behoefte.

In een draagkrachtberekening wordt bepaald hoe hoog de draagkracht is van ieder.

Netto besteedbaar inkomen per maand
Bijstandnorm
Woonlasten
Draagkrachtloos inkomen
Draagkracht ruimte
Draagkracht

Wat moet er van de kinderalimentatie betaald worden?

In principe moet er van de ontvangen kinderalimentatie van de alimentatieplichtige en het eigen aandeel dat de alimentatiegerechtigde heeft alle kosten van de kinderen betaald worden tenzij het gaat over incidentele en niet structurele of ongewone kosten. De “normale” kosten van een kind moeten door de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde worden betaald. Soms is er echter bij de ouders onvoldoende draagkracht om alle kosten van de kinderen te kunnen voldoen. In dat geval betektent het dat niet alle kosten door de ouders kunnen worden voldaan. De ouders moeten in beginsel naar rato van hun draagkracht bijdrage in de kosten van de kinderen.

Wat moet ik doen met een bonus of extra overwerk?

In een alimentatieberekening wordt er aansluiting gezocht bij het inkomen dat de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde in de nabije toekomst  kan blijven verwerven.

Het is niet altijd mogelijk eenduidig aan te geven of en in hoeverre nevenverdiensten, zoals
overwerk, en bonus en nevenfuncties, mede bepalend zijn voor de draagkracht. Dit
zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden. Bij de beoordeling van de vraag of de
onderhoudsplichtige vrijwillig mag stoppen met nevenverdiensten of overwerk zou in
aanmerking genomen kunnen worden of deze nevenverdiensten in mindere of meerdere
mate inherent zijn aan de vervulling van de hoofdfunctie en of deze inkomsten ook al –
structureel- tijdens het huwelijk werden verworven. Bij sterke schommelingen in inkomsten moet zoveel mogelijk het gemiddelde worden bepaald.

Een bonus, een 13e maand, fooien, belaste gratificaties en tantièmes worden zoveel mogelijk bij de draagkrachtberekening in aanmerking genomen. Eventueel ander bruto arbeidsinkomen, zoals een dertiende maand, een veertiende periode, gratificaties, tantièmes en eindejaarsuitkeringen worden bij het bruto arbeidsinkomen geteld, tenzij deze posten een incidenteel karakter dragen.

Hoe gaat het als ik of mijn ex-partner ondernemer is?

Een ondernemer die een onderneming op eigen naam of in samenwerking met anderen
drijft, geniet geen salaris, maar winst. Hij zal in de regel voor zijn levensonderhoud
bedragen aan het vermogen van de onderneming onttrekken. Die onttrekkingen,
verminderd met de betaalde belasting en premies, heeft hij – eventuele andere bronnen
van inkomen buiten beschouwing gelaten – in het desbetreffende jaar netto beschikbaar
gehad. De belasting die de ondernemer – in privé – moet betalen wordt vastgesteld op
basis van zijn belastbare winst uit onderneming. Het betreft hier alleen de winst van de
individuele ondernemer, niet die van het eventuele samenwerkingsverband. Hoewel die
vaststelling van belastbare winst pas achteraf – na afloop van het jaar – mogelijk is, zal
de ondernemer in de regel een voorlopige aanslag krijgen op basis waarvan een geschat
bedrag aan belasting moet worden betaald. Jaarlijks dient voor de onderneming een jaarrekening te worden opgesteld met een balans, winst- en verliesrekening en een toelichting. Veelal maakt de ondernemer ook een kasstroomoverzicht waarin melding wordt gemaakt van de onttrekkingen. Er is een verschil tussen de bedrijfseconomische en fiscale jaarrekening. Een kleine ondernemer
kan volstaan met een fiscale jaarrekening en hoeft geen bedrijfseconomische
jaarrekening op te stellen.

Bij de te verwachten beschikbare winst dient te worden ingevuld het bedrag dat
de ondernemer, vanaf het moment van de vaststelling van zijn onderhoudsverplichting,
mag worden geacht te kunnen onttrekken aan de onderneming in de zin als hiervoor
omschreven. Dat kan een bedrag zijn ter hoogte van het resultaat voor het lopende jaar
(geschat op basis van de resultaten van de afgelopen jaren), maar het kan ook een
bedrag aan geschatte onttrekkingen zijn, als niet alle of juist meer middelen aan de
onderneming kunnen of zullen worden onttrokken. De omvang van de bedragen dient
zodanig te zijn dat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar komt. Het ligt op de
weg van de ondernemer om inzicht te verschaffen in zijn bedrijfsvoering en actuele
financiële positie. Wenselijk zijn niet alleen de stukken waarmee de ondernemer inzicht
kan geven in de bedrijfsvoering in de afgelopen jaren, zoals – in ieder geval de drie
laatste definitieve  jaarstukken over het verleden (met daarin de balans, de winst- en
verliesrekening en toelichting inclusief kasstroomoverzichten, belastingaangiften en –
aanslagen), maar ook stukken waarmee hij zijn verwachtingen voor de toekomst kan
onderbouwen, zoals concept jaarstukken, prognoses, bijvoorbeeld een liquiditeitsprognose, en voorlopige aanslagen.

Wat kost een draagkracht berekening?

Een alimentatieberekening voor zowel kinderalimentatie als partneralimentatie, een draagkrachtvergelijking en een jusvergelijking kost € 200 inclusief btw. Wanneer u vragen heeft over de door ons opgestelde berekening zullen wij deze volledig mogelijk beantwoorden. Mocht u een wijziging hebben binnen 2 maanden dan verwerken wij deze voor u kosteloos in de berekening. Ook eventuele meerder varianten kunnen voor u worden berekend.

Welke software gebruiken jullie?

WIj gebruiken de software INA van Sdu en/of Split-online.

Wat als mijn ex-partner niet wil praten over de alimentatie?

Neemt u dan contact met ons op.

Hoe lang duurt het voor ik de berekening ontvang?

Normaal ontvangt u de berekening binnen 5 werkdagen nadat u de benodigde informatie naar ons heeft verzonden en de betaling hebt voldaan. Heeft u echter haast met een berekening laat het ons dan svp weten. Wij zullen dan in samenspraak met u de berekening zo snel mogelijk aanleveren.

Is de berekening van jullie rechtgeldig?

Een berekening is nooit rechtsgeldig en u kunt er ook geen rechten aan ontlenen. Wel kunt u aan de hand van de uitkomst van de berekening een overeenkomst opstellen welke rechtsgeldig is en waarvan nakoming kan worden verlangd. Wanneer u dat wenst kunt u zo een overeenkomst laten bekrachtigen door de Rechter waardoor de overeenkomst een executoriale titel krijgt. U kunt zo een titel niet zelf regelen en een notariële akte wordt vaak niet geaccepteeerd door het LBIO. Uw mediator of advocaat kan voor u, al dan niet met een toevoeging regelen dat de Rechter uw overeenkomst bekrachtigd zodat u een executoriale titel heeft.

Waar vind ik de alimentatie regels
De regels voor het maken van een alimentatie berekening kunt u terugvinden in het Rapport Alimentatienormen. Ieder jaar wordt er een update van dit rapport uitgebracht. Hierin wordt beschreven hoe rechters een alimentatieberekening moeten uitvoeren. Hoewel het rapport door alle rechtbanken wordt gehanteerd heeft de rechter bepaalde bevoegdheden om in gevallen waarin dat noodzakelijk is af te wijken van de alimentatienormen.

Wilt u het rapport inzien klikt u dan hieronder.

Rapport Alimentatienormen versie 2018

Netto besteedbaar inkomen per maand

Netto besteedbaar inkomen volgens netto of bruto methode
Het netto besteedbare inkomen bestaat uit het bruto inkomen verminderd met de daarover verschuldigde of ingehouden premies (inclusief de inkomensafhankelijke bijdrage premie zorgverzekeringswet) en belasting en, voor het berekenen van het aandeel van de ouder in de kosten van kinderen, vermeerderd met het kindgebonden budget waar die ouder aanspraak op maakt.
In veel gevallen heeft de onderhoudsplichtige een inkomen uit dienstbetrekking, ambtelijk inkomen daaronder begrepen, of een uitkering. Hiervan kan gewoonlijk een loonspecificatie op maand- of weekbasis worden overgelegd. Indien daaruit blijkt dat het inkomen van degene wiens draagkracht berekend wordt lager is dan € 1.400 bruto per maand (incl. vakantietoeslag), dan wordt in beginsel uitgegaan van het netto inkomen volgens de specificatie. Deze rekenwijze wordt netto methode genoemd.

Uitgangspunt hierbij is dat de gehele berekening wordt uitgevoerd met netto bedragen op maandbasis, waarbij weekbedragen worden omgerekend.

In geval van een hoger inkomen, van inkomsten buiten dienstbetrekking of indien fiscale
voordelen (bijv. bij een eigen woning, partneralimentatie of de levensloopregeling),
bijtellingen, bezittingen die in box III worden belast of specifieke heffingskortingen een
rol spelen, wordt het netto besteedbaar inkomen preciezer benaderd door middel van de
zogenaamde bruto methode. Deze methode brengt de fiscale positie van de betrokkene
in kaart door invulling van een met een aangifte inkomstenheffing vergelijkbaar model.

Bijstandnorm

Bijstandnorm is het bedrag wat in een alimentatieberekening wordt meegenomen als minimale levensstandaard. UItgangspunt is dat de onderhoudsplichtige voor zichzelf ten minste het bestaansminimum moet behouden naast een redelijk gedeelte van zijn draagkrachtruimte.

Het bestaansminimum wordt bepaald door de bijstandnorm, waarmee bedoled wordt het bedrag dat de onderhoudsplichtige bij afwezigheid van eigen middelen van bestaan als bijstandsuitkering zou ontvangen. Dit bedrag is afhankelijk van de (nieuwe) gezinssituatie.

Wat is zorgkorting

Zorgkorting is het bedrag dat de alimentatieplichtige in minder mag brengen op zijn bijdrage in de kosten van de kinderen die niet bij hem/haar het hoofdverblijf hebben.

De kosten van de zorgregeling worden bepaald aan de hand van de behoefte en het gemiddeld aantal dagen per week – vakanties meegerekend – dat het kind doorbrengt bij of voor rekening komt van de ouder waar het kind niet zijn hoofdverblijf heeft.

De gedachte hierachter is dat de feitelijke zorgverdeling er toe leidt dat de ouder, waar het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft, voor een deel niet in de behoefte van het kind hoeft te voorzien, omdat de andere ouder daar in natura in voorziet in de periode dat het kind bij hem verblijft. Om die reden dalen de kosten die de verzorgende ouder ten behoeve van het kind heeft. Uitgangspunt hierbij is en blijft dat de ouder waar het kind hoofdverblijf heeft de ‘vaste lasten’ voldoet, zoals schoolgeld, contributie voor sport en dergelijke. Net als die ouder heeft de andere ouder kosten gedurende de periode dat het kind bij hem verblijft.

Als vuistregel worden de zorgkosten uitgedrukt in een percentage van de behoefte, hetgeen de volgende zorgkorting oplevert:

5% bij gedeelde zorg gedurende minder dan 1 dag per week
15% bij gedeelde zorg op gemiddeld 1 dag per week
25% bij gedeelde zorg op gemiddeld 2 dagen per week
35% bij gedeelde zorg op gemiddeld 3 dagen per week.

De zorgkorting bedraagt ten minste 5% van de behoefte (tabelbedrag), omdat ouders onderling en jegens het kind het recht en de verplichting hebben tot omgang en in ieder geval tot dat bedrag in de zorg zou kunnen worden voorzien.

Als ik co-ouderschap heb moet ik dan nog kinderalimentatie betalen?

Co-ouderschap is een niet-wettelijke term die in de praktijk wordt gebruikt voor
verschillende varianten van gedeelde zorg. Ook hier is uitgangspunt dat de ouders naar rato van hun draagkracht in de kosten van een kind bijdragen. De zorg wordt op dezelfde wijze in de berekening verwerkt, waarbij geen onderscheid wordt gemaakt in ruime zorgregelingen of co-ouderschap.
Bij andere afspraken over kostenverdeling kunnen de onderhoudsplichtigen in onderling overleg een ander of geen kortingspercentage toepassen.
Het is mogelijk dat de co-ouder bij wie het kind niet is ingeschreven voor een kind aanspraak kan maken op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Hiermee dient bij de berekening van de draagkracht rekening te worden gehouden.

Wat is een jusberekening?

De berekende jus dient niet te worden verward met het begrip “vrije ruimte” dat in geval van een reguliere draagkrachtberekening gebruikt wordt, te weten het gedeelte van de draagkrachtruimte (40% of 55% dat resteert na 60% of 45% alimentatie van die ruimte in de bruto methode) dat de onderhoudsplichtige zelf mag houden. De jus in een jusvergelijking kan gelijk zijn aan of zelfs groter dan dat zelf te behouden deel van de draagkrachtruimte, maar niet kleiner omdat de vergelijking er volgens de Expertgroep niet toe mag leiden dat er meer alimentatie wordt vastgesteld dan de draagkracht van de onderhoudsplichtige op grond van de richtlijnen van de Expertgroep toelaat. Dit gevolg acht de Expertgroep in het algemeen niet redelijk.

Minder alimentatie dan de draagkracht toelaat, is wel mogelijk, bijvoorbeeld indien uit de vergelijking blijkt dat de onderhoudsgerechtigde meer jus overhoudt dan de onderhoudsplichtige. Indien de jus van de onderhoudsgerechtigde groter is dan die van de onderhoudsplichtige, is er reden
een lagere alimentatie vast te stellen, in beginsel een zodanige alimentatie waarbij beide partijen een gelijke vrije ruimte hebben. Met behulp van een alimentatierekenprogramma
kan dit eenvoudig worden berekend.

CONTACTGEGEVENS

Alimentatieservice BV
Boeimeerhof 1
4818 RL te Breda

 

T: 076-5143626
E: info@alimentatieservice.nl